Wist u dat uw browser verouderd is?

Om de best mogelijke gebruikerservaring van onze website te krijgen raden wij u aan om uw browser te upgraden naar een nieuwere versie of een andere browser. Klik op de upgrade button om naar de download pagina te gaan.

Upgrade hier uw browser
Ga verder op eigen risico

AG: Geen ambtshalve vermindering box 3 voor niet-bezwaarmakers

12-05-2026

Op 8 mei 2026 heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad uitgebreide conclusies gepubliceerd in de massaalbezwaarplusprocedure over de vraag of belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt tegen hun aanslagen over de jaren 2017 tot en met 2020 alsnog een ambtshalve vermindering kunnen verkrijgen onder verwijzing naar het Kerstarrest. 

Nieuwe jurisprudentie

Kern van de juridische discussie is de zogenaamde ‘nieuwe-jurisprudentie-uitzondering’, waarin bepaald is dat belastingaanslagen niet ambtshalve worden verminderd als de onjuistheid van de aanslag voortkomt uit jurisprudentie die pas is gewezen nádat de aanslag onherroepelijk vaststaat.

Complexe afwegingen 

De conclusie van de procureur-generaal weerspiegelt de complexe afwegingen die spelen bij dergelijke zaken. Hij stelt zich op het standpunt dat de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering verenigbaar is met juridische beginselen zoals het evenredigheidsbeginsel en artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Hoewel de uitzondering nadelig kan uitpakken voor niet-bezwaarmakers, blijkt volgens de procureur-generaal dat de negatieve gevolgen onderbouwd en gerechtvaardigd zijn met legitieme doelen zoals het behouden van rechtszekerheid, uitvoerbaarheid en budgettaire beheersbaarheid. Ook geeft hij aan dat de belastingrechter terughoudend moet zijn bij het toetsen van deze uitzonderingsregels en dat er geen directe schending van grond- of mensenrechten plaatsvindt.

Geen bezwaar

De procureur-generaal concludeert dat de niet-bezwaarmakers geen aanspraak hebben op compensatie onder de huidige wettelijke kaders. Hij onderstreept dat eventuele afwijkingen of wijzigingen in de toepassing van de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering veeleer een politieke kwestie zijn dan een juridische. Daarbij maakt hij duidelijk dat een situatie waarin belastingheffing in strijd is met het EVRM op zich onvoldoende bijzondere omstandigheden oplevert om de uitzondering buiten toepassing te laten.