Wie zijn adviseur de facturen niet geeft, krijgt zelf de boete
28-10-2026
Een fiscale eenheid (fe) handelt in chemicaliën. Begin 2014 brengt zij op zes facturen € 22.500 btw in rekening, maar over die maanden doet zij nihilaangiften. De inspecteur legt daarom een vergrijpboete op wegens voorwaardelijk opzet. De bestuurder stelt dat de fout bij zijn adviseur ligt. Die maakt immers de aangiften. Het hof oordeelt dat de fe niet aantoont dat de adviseur de facturen tijdig kreeg, zodat de opzet van de fe vaststaat.
Wie wist wat?
Voorwaardelijk opzet betekent dat iemand bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt op het te weinig betalen van belasting. De inspecteur moet dat overtuigend aantonen. Volgens hem kan het niet anders dan dat de bestuurder wist dat de aangiften niet klopten. Hij maakt immers zelf facturen met btw, terwijl de aangiften nihil zijn. De bestuurder zegt dat hij geen fiscale kennis heeft en volledig afgaat op zijn adviseur. Volgens hem is de adviseur slordig geweest.
Vertrouwen heeft voorwaarden
Een belastingplichtige mag alleen op de aangifte van zijn adviseur vertrouwen als hij die adviseur tijdig alle benodigde informatie heeft gegeven. Tijdig betekent: zo vroeg dat de adviseur de aangifte nog binnen de termijn kan opstellen. Dat hangt mede af van de afspraken met de adviseur. De fe moet dit zelf aannemelijk maken.
Geen bewijs
De adviseur heeft verklaard dat hij de verkoopfacturen mogelijk niet heeft ontvangen. De bestuurder zegt dat hij de facturen steeds per e-mail naar de adviseur stuurde. Die e-mails zitten niet in het dossier. Een e-mail van de adviseur uit 2026 helpt evenmin. Daarin staat dat de omzet van januari tot en met april 2014 pas in september 2014 is geboekt, vanuit de bankafschriften. Het hof leidt daaruit af dat de adviseur de facturen waarschijnlijk nooit in zijn bezit heeft gehad. Het aanbod om de e-mails alsnog te zoeken, is te laat. Om dat bewijs is eerder in de procedures al meermaals gevraagd.
